Water.. heel veel water

Ik heb een heel stuk overgeslagen. Het begin van zijn suikerziekte was niet de opname in het ziekenhuis, maar eigenlijk de periode er voor.

De verandering van gezonde jonge man, naar jonge man met diabetes sluipt er langzaam in. Begin van het jaar waren we met de hele familie op wintersport, jammer genoeg werden we allemaal een dag ziek. Zo ook wij op donderdag, de een na laatste dag. In de nacht van donderdag op vrijdag viel er een prachtig pak sneeuw en ook overdag bleef het sneeuwen. Heerlijk om dan te skiën. Dus mijn broer, vriend en ik stapte in de lift voor een mooie afdaling. Maar al snel gaf mijn vriend aan dat het te veel was, maar ja.. we waren pas halverwege. Rustig verder geskied, de sneeuw werd steeds dikker en het skiën steeds zwaarder. Na een lange en vermoeiende afdaling stonden we eindelijk beneden, toen was de vraag.. hoe nu verder? Met de lift terug om hoog en terug skiën of de skibus pakken. Met een blik in de ogen van mijn vriend wist ik genoeg, dat werd de bus terug. Zijn energie was op, zijn spieren verkrampt. Hij kon niet meer.

Eenmaal terug in Nederland begon hij met een dieet. Geen snoep, chips en frisdrank meer. Gezond eten en drinken was zijn moto. Dus overdag op zijn werk geen bakken koffie meer, maar water. Die paar glazen water werden er steeds meer en meer, terwijl hij water nooit echt lekker vond. Mijn zijn dieet werkte, hij viel af. Eerst een beetje, toen nog een beetje. Tot hij in 4 weken ineens 10 kilo kwijt was. Zo hard was het afvallen nog nooit gegaan. En toen ik op een zondagochtend op zijn rug keek en die helemaal uitgedroogd was, gingen er kleine belletjes rinkelen. Veel water, snel afvallen en toch uitdrogen. Dat kan niet goed zijn.

Maandag gelijk gebeld met de huisarts, hij kon pas woensdag terecht. Woensdag bij de huisarts werd er bloed afgenomen om hem op van alles en nog wat te testen. Vrijdag zou de uitslag komen. Wat kan wachten dan lang duren zeg.. vrijdagochtend gelijk gebeld. De uitslag ‘suiker’ bij een nuchter maag was 15. Bij een gezond iemand zit hij dan tussen de 4 en de 8. Dus 15, was wel te hoog. Maar de huisarts maakte zich niet direct zorgen. Wij wel, na een paar keer heen en weer bellen met de huisarts moest hij toch terug komen voor controle. Daar stonden we dan samen bij de huisarts, zijn ‘suiker’ werd weer gemeten.. 32! En dat meer dan 1,5 uur naar zijn lunch. Binnen no time zaten we bij de huisarts aan tafel met een verwijsbrief naar het ziekenhuis.

Gelijk in de auto gestapt, ik nog met het idee dat hij ‘s avonds wel weer mee naar huis kon. Veel onderzoeken later, kwam daar het bericht dat hij werd opgenomen. Wat een pech, maar we konden er samen wel grapjes over maken. Het lachen verging ons toen de insulinespuit in beeld kwam. De verpleegkundige vroeg nog of zij het moest doen, maar hij vond dat hij het maar beter gelijk kon leren. Heldhaftig vond ik, maar als ik het er nu met hem over heb, weet hij er niks meer van. Na een wandeling van de ene kant van het ziekenhuis naar de andere kant, krijg hij zijn bed toegewezen. En wat blijken kamergenoten dan belangrijk te zijn. Hij had de beste! Een warm onthaal, terwijl iedereen er met zijn eigen ziekte en verdriet bezig is. Zijn kamergenoten hebben zijn, maar ook mijn, verblijf een stuk veraangenaamt. Want in het ziekenhuis liggen is toch echt helemaal niks.

Martijne

Knikkende knietjes

Na een paar dagen ziekenhuis en een paar dagen thuis, begon het soort van ‘gewone’ leven weer. Dat hield ook in dat ik moest leren om hem alleen te laten. Normaal gesproken stap ik zo de deur uit en ga ik er vanuit dat alles hetzelfde is als ik weer terug kom. Deze keer was het anders. Met knikkende knietjes stapte ik bij mijn moeder in de auto voor een uitje, mijn telefoon binnen handbereik.. gelukkig werd de angst per gereden kilometer iets minder. Bij iedere meting stuurde hij een berichtje met zijn waardes. Alles ging goed. Maar om nou te zeggen dat het een ontspannen ‘uitje’ was, nee.

In hetzelfde weekend nog een uitdaging.. een stuk autorijden. Mijn vriend rijdt eigenlijk altijd, dus ook nu stapte hij achter het stuur. Maar nu wel met een tas vol met suikers, repen en drinken. Want tja, autorijden was ineens een intensieve gebeurtenis. Door stress, drukte, spanning kan zijn suiker ineens anders reageren dan anders. De heenreis ging prima, maar de terugreis was te veel. En we zaten ook nog eens rond lunchtijd in de auto, snel een wegrestaurant opgezocht om een broodje te eten. Weer een nieuwe uitdaging, insuline spuiten in een restaurant. Waar doe je dat? Doe je dat aan de tafel als je bestelling komt? Loop je naar de wc om niemand tot last te zijn? Hij koos voor aan tafel, net op het moment dat hij zijn spuit in zijn buik zet..staat daar de ober. Ongemakkelijk! Beide wisten niet zo goed waar te kijken of hoe te reageren. En de buurtafel keek hun ogen uit. Zo nieuwsgierig als we zijn, zo schijterig zijn we blijkbaar om te vragen waarom iemand een spuit zet. Voortaan toch maar naar de wc, geen nieuwsgierige ogen en geen opgelaten gevoel.

Martijne

Of we willen of niet

Tja, een blog beginnen over de crush voor mijn vriend. De crush is groot, dat is zeker.. maar die sugar. Ja, die sugar heeft ons goed laten schrikken dit jaar. Voor mijn gevoel kwam die sugar vanuit het niets zo ons leven binnen stormen. Van een gezond en onbezonnen leven.. naar ineens in het ziekenhuis met een stempel op je voorhoofd: diabeet. En van die stempel kom je nooit meer af, al hoop ik dat de wetenschap ooit een medicijn ontwikkeld.

Ons leven stond goed op zijn kop. Want wat is diabetes eigenlijk? Ik had geen idee. Iets met suiker, maar daar hielt het ook eigenlijk mee op. De eerste nacht dat hij in het ziekenhuis lag, heb ik me suf gelezen alle websites die ik maar kon vinden. Maar iedere nieuwe informatie riep ook weer vragen op. Heeft hij diabetes type 1 of toch 2? Welke is de ‘beste’ van die twee? Kan ik de M&M’s nog wel in de la laten liggen, of mocht hij die nu ineens ook niet meer? Langzame en snelle insuline? Wat is het verschil? Waarom moet hij beide spuiten? Te veel voor een nacht.

Na een paar dagen ziekenhuis, stonden we samen in de woonkamer. Het was lunchtijd, we dachten, laten samen op de fiets springen en een broodje in de stad eten. Maar dat was makkelijk gedacht dan gedaan.. ineens was daar een hypo. Hypo? En nu? Suikers eten en toch thuis maar een broodje smeren. Is een broodje genoeg? Hoeveel koolhydraten was een boterham? En hoeveel koolhydraten mocht hij nu eigenlijk bij de lunch? En was kaas nu wel slim of niet.

Na de eerste dag thuis, lagen we samen in bed na te praten. Maar hoe blij ik ook was dat hij weer naast me lag, ik durfde geen oog dicht te doen. In de koelkast ligt een noodspuit. Mocht hij ooit een keer ‘s ochtends zijn ogen niet meer open doen, of mocht hij zijn hypo niet goed aanvoelen en in coma raken, kan ik de spuit zetten. Alleen al de gedachten dat ik die spuit misschien ooit moet gebruiken, maakte dat ik geen oog dicht deed. Ik heb geloof ik wel ieder uur gekeken of hij alleen maar sliep.

Zo zullen er nog heel veel momenten komen, die we voor zijn diabetes gewoon deden, maar waar we nu ineens over na moeten denken. Of we willen of niet.

Martijne